Worstel jij ook met het aangeven van grenzen? Hoe je dat aanpakt, zonder dat je jezelf hoort klagen? Zeggen wat je niet wil is natuurlijk belangrijk, want dan geef je zeker je grens aan. Maar zeggen wat je wel wil is eigenlijk handiger, accepteert de ander doorgaans makkelijker, maar is voor veel mensen meteen ook een stuk moeilijker. Dat vraagt soms een beetje denkwerk, maar is echt de moeite waard. Een fijne oefening voor jezelf om te doen, waardoor je meteen iets positiever in het leven gaat staan. Probeer niet te voorzichtig je boodschap te formuleren, anders neemt de ander je misschien niet zo serieus. Een grens is iets om rekening mee te houden. Voorzichtig of suggestief formuleren is dan niet de bedoeling. Kijk eens naar onderstaande voorbeelden.
Stel je regelt ergens het verkeer om mensen met hun auto naar een juist parkeervak te wijzen. Iemand rijd de verkeerde kant op. Dat kan je op de volgende manieren zeggen;
1. Ik wil niet dat je daar parkeert - Dat schept onduidelijkheid, want wat moet iemand dan doen? En komt belerend over. Alsof iemand het zelf zou moeten weten waar hij/zij parkeert. Jij laat immers niet weten wat je wel wil met deze zin.
2. Zou je misschien daar willen parkeren - Dat schept ruimte voor de ander om nee te zeggen of met je in discussie te gaan. Je riskeert een antwoord als liever niet, ik wil hier staan.
3. Je kan je auto daar parkeren - is duidelijk, vriendelijk en komt stevig over.
Je hebt natuurlijk geen controle over hoe de ander reageert, maar door te oefenen met het positief formuleren van je grenzen, train je jezelf om helder te zijn aan anderen over hoe je behandeld wil worden. Misschien voelt dat wat dwingend, maar dat valt in werkelijkheid enorm mee. Dat komt meestal, omdat je het niet zo gewend bent om te doen. Speel hier maar even mee.
Hoe formuleer jij je grenzen?
Stel je regelt ergens het verkeer om mensen met hun auto naar een juist parkeervak te wijzen. Iemand rijd de verkeerde kant op. Dat kan je op de volgende manieren zeggen;
1. Ik wil niet dat je daar parkeert - Dat schept onduidelijkheid, want wat moet iemand dan doen? En komt belerend over. Alsof iemand het zelf zou moeten weten waar hij/zij parkeert. Jij laat immers niet weten wat je wel wil met deze zin.
2. Zou je misschien daar willen parkeren - Dat schept ruimte voor de ander om nee te zeggen of met je in discussie te gaan. Je riskeert een antwoord als liever niet, ik wil hier staan.
3. Je kan je auto daar parkeren - is duidelijk, vriendelijk en komt stevig over.
Je hebt natuurlijk geen controle over hoe de ander reageert, maar door te oefenen met het positief formuleren van je grenzen, train je jezelf om helder te zijn aan anderen over hoe je behandeld wil worden. Misschien voelt dat wat dwingend, maar dat valt in werkelijkheid enorm mee. Dat komt meestal, omdat je het niet zo gewend bent om te doen. Speel hier maar even mee.
Hoe formuleer jij je grenzen?
