Stel je voor dat je angst een ballon is die je in je hand houdt. Je blaast je angst in de ballon.
En dan met elke uitademing laat je ‘m een stukje los, tot hij zachtjes de lucht in zweeft. Jij blijft met beide voeten op de grond.
En dan met elke uitademing laat je ‘m een stukje los, tot hij zachtjes de lucht in zweeft. Jij blijft met beide voeten op de grond.
